Wachten met de Kolenman

Ze noemden hem de Kolenman, Ferdinand Kolenman. Waar hij vandaan kwam, wist niemand, maar ineens woonde hij in het huis naast het onze. Op iedere muur in zijn huis zat wel een haak om daar een touw aan vast te knopen. Ferdinand bond daar zijn handen aan, vast en zeker. Want uit zijn vingers wilden kolen groeien.
Wat zeg je, kolen? Jazeker, kolen.
Eerst zag je rond zijn nagels al de ogen, kleine zwarte punten. Na een dag of wat, groeiden de spruiten er dan uit.
Maar wie dacht dat Ferdinand dat zomaar liet gebeuren, of dat hij bij de pakken neer ging zitten, die had het mis. Met een mondkapje bleef hij op zijn benen staan, zelfs toen die ook wilden groeien als kool en hij moe werd van het staan.
Naarmate hij ouder werd en nog ouder – en zijn stem donkerder en nog zwaarder klonk – begon het ook naar kolen te ruiken. Wat een geur! Soms kwam het bij ons door de kieren van de ramen en deuren naar binnen. Dat was precies de reden dat hij zijn vingers vastbond aan een touw, aan de haken in de muren van zijn huis. En zo woont hij daar, zolang wij kunnen wachten en de touwen het willen houden.

About these ads
Dit bericht werd geplaatst in Typische Tobe's. Bookmark de permalink .

3 reacties op Wachten met de Kolenman

  1. DitisOokzo zegt:

    Wat een prachtig uniek verhaal en wat een hoop kolen ook. Of ik nog kolen lust na dit verhaal is een zorg minder. En wat een athletische man die Ferdinand, zo athletisch als de schrijver met zijn woordensprint en zijn sprong naar grote hoogte.
    De tekenaar kan er ook wat van.

  2. Bea zegt:

    En zo ken ik nu dus ook Ferdinand… erg leuk hem te leren kennen, al ben ik blij dat ik hem niet kan ruiken….al scheelt het niet veel.
    Vrolijke groet, Bea.

  3. Sabine zegt:

    Heel bijzonder verhaal, het spreekt erg tot de verbeelding en raakt me. En alhoewel ik niet de indruk krijg dat Ferdinand echt ongelukkig is, heb ik wel een beetje met hem te doen. De laatste zin: ‘En zo woont hij daar, zolang wij kunnen wachten en de touwen het willen houden.’ vind ik pure poëzie!

Reacties zijn gesloten.