Heldenmoed gaat nooit stuk

Zondag was ik zo druk bezig met het theeserviesje en het schoonmaken van het bijkeukenaanrecht dat ik ook de tijd was vergeten. Ineens herinnerde ik mij dat er bezoek zou komen. Drie getrouwde stellen nog wel. We zouden sjoelen. Het serviesje stond in het gras zich schoon te wassen door de regen en ik puntte net boontjes die ik zou eten, toen het bezoek in mijn gedachten kwam.

Na het eten moest ik nog vanalles ordenen en regelen natuurlijk. Zes stoelen en een extra tafel van boven halen voor de kopjes en de thee en de glaasjes voor de bowl en de jonge genever natuurlijk voor Hemster, de man van Deirde. Die houdt wel van een borreltje.

Na het eten trof ik mijn voorbereidingen. De sjoelbak had ik ’s middags nog even ingewreven met talkpoeder voor het beter glijden. De stoelen schikte ik om de tafel als zes bloemen in een vaas. Zou het kinderachtig zijn om thee te drinken uit het ‘nieuwe’ serviesje? Het kwam in mij op als hagelslag op een beschuit bij een heldere hemel. Ik twijfelde. Deirde heeft al wat jaren eeltige handen, zij werkte vroeger in de zorg. En dan Theunis met zijn vier vingers…

‘Hoeveel vingers steken wij op?‘, riepen wij vroeger. ‘Twee!’, riep hij dan heel hard. Wij lachen, hadden we er twee achtergehouden. Gelukkig waren we toen kinderen.

Tegen achten. De afwas liet ik staan in het afdruiprek. Het regende nog steeds. Het bezoek zou zo al komen. Alles stond klaar. Ook de parapluiebak en de sjoelbak op de eettafel. Ik voelde al aan wie er zou winnen met sjoelen, ik kon bijna niet wachten.

De bel. Daar stonden ze alle zes. Drie paraplu’s. Ik had nog even een gedachte: ‘Laat ik ze nog een keer bellen zoals bij de telefoon, of doe ik gelijk open?’ Ik koos voor het laatste, want het regende maar door.

Lange Vingers bij de thee. En bokkepoten natuurlijk. Om ze te laten passen sneed ik alle koekjes overlangs in vieren. Daarna presenteerde ik ze in eierdoppen bij elkaar. Het was een groot succes. We hadden veel plezier, ook met elkaar. En vooral om Deirde die, gierend met haar lach, het niet kon laten de thee van hoog in de kleine kopjes te gieten. En Theunis, die genoot zichtbaar met grimassen in zijn gezicht.

Ik had nog eens thee gemaakt. Toen ik met de bowl bezig was aan het aanrecht in de nieuwe keuken, zag ik ineens dat ik mijn pantoffels nog aan had. Daar had ik helemaal niet aangedacht en nu helemaal geen tijd voor! Ik moest eerst een en ander op een rijtje zetten van de avond. Het was zo veel. Aan de binnenkant van de deksel van een sigarendoos schreef ik: ‘Eigenlijk ben ik een held! Zo’n avond als deze (en het is vanavond) kan niet meer stuk!’.

Ik won niet met sjoelen, maar dat maakte nu niets meer uit.

Dit bericht werd geplaatst in Tobe's Verhalen en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Heldenmoed gaat nooit stuk

  1. Elly zegt:

    hoi Tobe,

    dank je wel voor weer een mooie belevenis,
    alsof ik erbij was.
    ontwapenend gewoon en toch speciaal.
    je hebt je stijl wat veranderd; het is meer een coherent verhaal.
    leest soepeler en neemt me makkelijker bij de hand.
    daarentegen zet het me minder op verkeerde benen waardoor ik 3 x opnieuw wil lezen en het toch niet rechtlijnig krijg.
    beide stijlen hebben charme.
    en je tekeningen vind ik treffend.

    lieve groet, Elly te Brake

Reacties zijn gesloten.