Tante To komt iets vertellen

‘Wie zeg je?’ ‘Hoe?’ ‘Tante To?’ ‘Wat voor tante?’ ‘Jouw tante?’ ‘To wat?’ Dat hoor ik allemaal wel vaker als ik het over mijn Tante To heb. Eigenlijk heet ze voluit ‘Toos Therezia Sterre Mondt’ (met ‘dt’), maar misschien omdat dat zo lang is, noemden wij haar eenvoudig Tante To.

Zij is de vrouw van Jozias, de overleden oudste broer van mijn moeder en komt uit een adellijke familie. Ze heeft twee zussen die jong gestorven zijn, Tia en Titia. Ze is mijn lievelingstante, nog goed ter been, soms ruim van stof en ze leest nog al haar lievelingskinderboeken.

Kinderboeken lezen en voorlezen ja, dat was haar lust en haar leven. En misschien daardoor ook een beetje de mijne. Vroeger als kind, als onze vader en moeder naar de operetteoefenavond gingen, dan was het oppasavond. Dan kwam Tante To, meestal iets eerder, at dan met ons mee en paste dan op ons.

Steevast nam ze een boek mee, waar ze bijna altijd het grootste gedeelte uit voorlas. Als de figuren deed ze dan alle stemmen: zagend, kraaiend, kirrend of met een basstem. Ook imiteerde ze dieren: krassend als ze een uil of een kraai moest zijn, blatend als er een schaap nodig was, of huilend als de wolf van Roodkapje die grootmoeder opat. Wij huiverden, keken, luisterden en genoten.

Inmiddels aardig wat jaren geleden zat Tante To op een goede dag bij ons aan de lunchtafel. Wij woonden toen allemaal nog thuis, behalve mijn oudste zus en een-na-oudste zus. Wij, mijn andere zus en broers en ik, kwamen uit school. ‘Er was iets!’. Ik stapte gelijk de keuken in, want ik voorvoelde dat er iets bijzonders aan de hand moest zijn. Mijn oudste zus en een-na-oudste zus waren er ook.

Ja, ik had het goed: er stond iets te gebeuren. Mijn vader en mijn moeder keken plechtig. ‘Tante To wil iets zeggen’, zei mijn vader op een toon, alsof hij zou gaan huilen. Mijn moeder draaide haar hoofd naar buiten. Wij kinderen keken alle zes naar naar Tante To die op dat moment een laatste hap nam van haar boterham met leverpastei.

‘Jongelui’, zie ze bijna plechtig. ‘Ga eens allemaal even zitten’. Ze blies haar adem uit. ‘Ik ga jullie iets vertellen’. Wij gingen zitten zoals ze het vroeg: op de grond op veren kussens, op een krukje of op een stoel. Wij zaten en waren er muisstil van; mijn vader, mijn moeder mijn zussen, mijn broers en ik.

Daar stond Tante To, tussen de schuifdeuren. Het licht van buiten kwam direct door de ramen achter haar en scheen door het glas in lood van de schuifdeuren. Ik zag ontelbare kleurschakeringen aan de paarse jurk van Tante To tevoorschijn komen.

[Vervolg: Tante To en haar zeven mannen >]

Dit bericht werd geplaatst in Tobe's Verhalen en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.