Tante To en haar zeven mannen

We zaten. Iedereen keek naar Tante To, die tussen de schuifdeuren stond. Ik zag de kamer en ik keek ook in mijn gedachten, die traag teruggingen in de tijd. Tante To stond in haar paarse jurk en ik zag haar ook in andere gedaanten aan mijn geestesoog voorbij trekken. Het leek wel kermis of een feest in de komkommertijd hoe wij hier zaten en al die kleuren tussen mijn beelden…

Jozias was de eerste die voorbij kwam, de eerste man van Tante To. Lang geleden, net toen ze negen maanden getrouwd waren – op de kop af – kwam hij om, onder een tram. Het was een verkeersongeluk waar niemand iets aan kon doen. Niet veel langer daarna kreeg Tante To gelukkig verkering met een andere man. Hij heette Jo, waar ze zich na anderhalf jaar ook mee verloofde. Wij staken wel eens de draak met hun namen: ‘To en Jo’, ‘Tojo’, ‘jojo’ en ‘toto-formulier’… Helaas. Jo stikte in een Zeeuwse Babbelaar en overleed. Een echt tragisch ongeval. (Met mijn innerlijke ogen zie ik nu zware zwarte auto’s voorbij rijden).

Wij waren blij voor Tante To toen ze haar derde man leerde kennen op een zomeschildercursus in Zwitserland. Dat was een Duitse herder van heideschapen, Heinrich. Heinrich was wel grappig, hield van moppen tappen en hij droeg bijna altijd bretels. Als hij een mop wilde tappen deed hij zijn duimen achter zijn bretels en spande ze dan aan. ‘Hier komt er een…!’ riep hij dan. Tijdens een groepswintersportvakantie in de Alpen gleed hij uit bij het langlaufen en verloor zijn leven. Daar is hij ook begraven.

Tante To was verdrietig want ze had veel plezier gehad met Heinrich. Gelukkig had ze steun aan ons. Ze las ons voor uit haar lievelingskinderboeken, soms wel drie of vier keer in de week. Ook als onze ouders niet naar de operertteoefenavond moesten, kwam ze regelmatig voorlezen of een hoorspel met ons maken. Op een schrikkeldag in februari (ik weet het nog goed, want mijn een-na-oudste zus dacht dat het 1 april was en tapte de ene mop na de andere), kwam Tante To de achterdeur bij ons binnenvallen: ‘Ik heb kennis, ik heb kennis!’, riep ze opgetogen.

Ze bleek via een contactadvertentie in een gezinsbode kennis te hebben gekregen aan een nieuwe man. Dat was Corneel. Wij vonden dat eigenlijk een naam voor een vrouw, maar het was toch echt een man. Een èchte man ook, met een snor en een baard, bakkebaarden, een kalend hoofd en borsthaar. Je zag zijn borsthaar goed, want hij droeg vaak veehals- en schipperstruien met de rits open. Corneel hield van varen, korte afstanden maar ook wel eens lang. Toen kwam het droevige bericht: Corneel was over stuurboord gevallen en verdronken.

Na Corneel was Tante To maanden verdrietig. Even kreeg ze nog een korte affaire met Oom Dorus, de broer van Daan, mijn vader. Maar dat bleek meer een zuster-broer-relatie, wat uitmondde in het dicht-zang-muziek trio ‘MamaToDo’. Op een avond, tijdens een optreden aan de kust, ontmoette Tante To haar vijfde man, één van een tweeling: Hector.

Hector zat in de theaterwereld als souflleur, evenals zijn tweelingbroer Hessel, die in het licht zat als theatertechnicus. En dan was er ook nog een iets oudere broer, Herman, die zelfgeschreven theaterstukken regisseerde. Hector overleed aan een oorontsteking, waar hij niet naar had willen laten kijken. Triest was het, domweg triest.

Op de begrafenis had Tante To veel steun aan Hessel. En wat gebeurde er? Anderhalve maand later hadden ze samen een reis geboekt naar Texas. Toen ze terug kwamen waren ze getrouwd. Ik zie Tante To zo nog voor me en ik hoor haar nog uitroepen, haar wijsvinger in de lucht prikkend: ‘Vanaf nu ben ik weer Toos Ottevanger, opnieuw een Ottevanger’, want Ottevanger was de achternaam van de broers.

Wij waren blij en we vierden met ons allen een trouwfeest in een boshotel, waar ook Oom Dorus optrad met zijn luit en zijn fagot. Waar mijn moeder en Tante To samen gedichten voordroegen tot diep in de nacht. Waar ze met hun drieën weer even hun trio ‘MamaTodo’ konden uitleven. (Ik hoor nu nog mijn vader zinnen declameren, die er eigenlijk toen niet toe deden. Maar het was fijn en heerlijk).

De volgende ochtend werden we vroeg uit bed gebeld. Het ging over Hessel. Hij was dood. Een vergiftiging, zo bleek. Verkeerde vis, vlees of iets anders, dat over de datum moet zijn geweest. Het was verschrikkelijk. Tante To sprak zeven weken niet en daarna zeven maanden alleen met ‘ja’ en ‘nee’. Zo verdrietig was ze.

Twee jaren gingen voorbij. Toen Tante To op een gure dag in een breiwinkel Koos ontmoette. Ze liepen elkaar tegen het lijf. Beiden waren op zoek naar wol voor passende winterkleding, maar eigenlijk zochten ze elkaar (zeiden ze later) en vonden elkaar. Koos was ook alleen, had ook liefdes verloren. Beiden hadden ze ruimte en daartussen kon hun liefde opbloeien. Ze trouwden niet, maar keken elkaar heel vaak in de ogen…

[Vervolg: ‘Tante To gaat’]

Dit bericht werd geplaatst in Tobe's Verhalen en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Tante To en haar zeven mannen

  1. Pingback: Tante To komt iets vertellen | Tobe Krijger

Reacties zijn gesloten.