Liefde voor je vak, met een stem waar je U tegen zegt

Bijzonder. Drie weken geleden was ik met een busreisje in Brabant. Daar kwam ik uit het niets Herman Ottevanger tegen, de broer van de twee overleden mannen van Tante To. Ik zag hem en ik zag ook gelijk de twee broers, Hector en Hessel, in hem. Herman herkende mij ook en hij nodigde mij uit om langs te komen op de set van een film die hij aan het maken is.

Vanmiddag ben ik er naar toe gegaan. Langs veel lampen, decorstukken en door kruip-en-sluip-door-gangetjes, stond ik dan in de kleedkamer van het gymgebouw. Een drukte van belang. Had ik er niet over gelezen? Maar natuurlijk, hier werd de film ‘De ‘Turnfabriek’ opgenomen.

Daar was Herman. We gaven elkaar een hand. Een warme hand. Een jong meisje in een gestippeld badpak bracht 7-up. Herman had Willy van Hemert en Ko van Dijk nog goed gekend en Mary Dresselhuys, De Grande Dame van het Nederlandse toneel, de Koningin van de Komedie, twee erenamen waarmee maar één actrice bedoeld kan worden. Dat had Tante To me wel eens verteld.

Ik zat op mijn gemak op een gymbank in de kleedkamer, in het gedeelte waar je je schoenen aan mocht houden. De regisseur hing half tegen een bok die daar stond. Hij praatte langzaam en had een melodie in zijn stem, die klonk als een klok en waar je ‘U’ tegen zegt. Hij vertelde over vervlogen tijden, dagen van weleer van de film, over oude televisieseries en het toneel en van de actie tomaat. Hun hele gezin was aan het toneel geweest, zijn broers – Hector en Hessel, souffleur en lichttechnicus – en ook de drie zusters, die alle drie actrice waren geweest. ‘Hun dictie was als die van Ellen Vogel (met een mooie L aan het eind)’.

Dit moest opgeschreven worden, dus dat deed ik. Luisteren en schrijven, het ging mij maar net goed af op de achterkant van een script van De Turnfabriek. En toneelspelen is een vak apart. Daar ben ik nu ook wel achter. Daar kun je van houden of niet. Hoe dan ook, ik hoorde een boeiende familiegeschiedenis.

Van de drie zusters bleken er twee een tweeling. De andere, de jongste, was een adoptiezuster en zij had een neus voor drank. Deze neus-voor-drank zuster kon, anders dan haar beide zusters, boeiende geluiden maken met haar stem. Zo kon ze wilddierengeluiden en boerderijdierengeluiden imiteren en heel mooi neuriën. Tot rond haar dertigste was ze dat blijven doen in hoorspelen. Daarna kwam de klad in de hoorspelerij en is ze zich meer gaan toeleggen op kinder- en huiskamertoneel.

Onderling wisselden de zusters veel van hun dromen uit. Ze maakten er toneelstukken van, schreven ze uit in dialogen, herschreven passages of voegden elementen toe, die ze zelf dan weer bedachten en uitwerkten tot scènes. De middelste van de drie – zo vertelde Herman – maakte graag nieuwe teksten op Tv-drama’s van onder meer: Swiebertje, Dagboek van een Herdershond en De Fabriek.

Hij sprak ingetogen en met liefde over zijn zusters. Waar ’t na de oorlog ontbrak aan geld of inzet, deelden de dames hun eigen lakens uit voor het decor. Iedereen schilderde dan mee. De nachten waren vaak kort. Als ze wakker werden na voorstellingen vergaten ze vaak al hun teksten weer en moesten er meerdere souffleurs worden ingehuurd.

Uit een oude thermoskan schonk de regisseur thee in (of was het whisky misschien) in een mok met een afbeelding van een vol bloemenboeket. Het meisje bracht mij nog een 7-up.

Herman vertelde nu over de oudste van de drie zusters, Hannelore: ‘Zij deed er drie woorden over als ze de maan onomwonden wilde verbeelden. Prachtig hoe ze dat deed’. Herman sprak nu vol, met verve. ‘Ze verduisterde zichzelf met haar grote handen voor haar ogen, tuitte haar lippen en sprak dan grotesk: ‘Ik zie het’. En dan was het altijd even stil’.

Hij lachte nu met zijn hele middenrif en leek het beeld – van Hannelore met haar handen voor haar ogen – voor zich te zien. Ik zag het ook.

[Wordt vervolgd]

Dit bericht werd geplaatst in Tobe's Verhalen en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.