Eetstokjes opgeven en kleur bekennen

‘Het waren hun doodgewaande ouders waarmee ze hun eigen zelfbeelden hadden gecreëerd en die hun vaak de das omdeden. Hans koesterde zijn wanhoop en gemis dan het liefst in zijn hok. Daar had hij grootvaders stoel staan – zijn verhalenstoel – en het tafeltje voor zijn boeken en zijn Fanta. In zijn stoel kon hij zich helemaal overgeven aan het lezen en dat deed hij dan ook maar wat graag. Zo kon hij de narigheid een beetje vergeten.

Hij kon dan zo zitten lezen – en het was dan zo donker – dat hij zijn vingers niet meer voor zijn ogen kon tellen. Je begrijpt dat het dan ook moeilijk was om zijn neus nog te kunnen vinden. En als hij zijn neus niet meer vond, dan vond de heks de hare al helemaal niet. Dat waren kostbare momenten, want dan was Hans even veilig voor de heks en kon hij het zijn boek sluiten en even gaan slapen’.

Coby’s ogen waren half open. Zo wist ik dat ze luisterde. Ze knikte tevreden naar me. Haar ene hand rustte op de tafel, met de andere hand dronk ze thee. Een tere vinger stevig door het oor van het kopje. We nipten van de thee en knabbelden aan de Lange Vingers. Soms sloeg ik een stukje verhaal over, soms bedacht ik er zelf iets bij. Ook vroeg ik Coby af en toe om zinnige woorden en zinnen te verzinnen, of aan te vullen. Dat lag maar net aan waar we waren en wat er nodig was. Zo werd het verhaal iedere keer beter, mooier en spannender.

‘Ga nu maar gauw verder’, gebaarde Coby naar het boek, met een hand die net nog rustte op de tafel. Dat deed ik: ’s Morgens voor ze naar school moesten, klapte Hans meestal een van zijn boeken snel een aantal keren open dicht. Dat kon hij met één hand, afwisselend hard en zacht. Dat joeg toverijgedachten en spreuken die nog in de kamer hingen van hen af. Daarna gingen ze naar school’.

Coby vulde aan, met hoe het op school was, met de luizenkammen, de narrige moeders, de schoolmelk, vlijt, gedrag, vals zingen, stotteren tijdens het lezen en dan later weer thuis in de narigheid. Hans weer in zijn hok en Grietje die… Coby wist het nog precies van de vorige keer, hoe ze ’s avonds als Hans las, zij haar eigen das omdeed en zich dan stilletjes ging verkleden als een oude vrouw.

‘Waarom deed ze dat?’, vroeg ik aan Coby. Ze wist het gelijk: ‘Zo deed ze zich voor als de heks en kon ze eetstokjes door brievenbussen steken bij de mensen in de straat waar het licht aan was. Zij en Hans hadden er samen met verf kleuren op geschilderd, modeloze kleuren, maar dat zag toch niemand! Ze deden er briefjes met toverspreuken bij. Als de mensen die lazen gingen de spreuken werken. Mooie spreuken natuurlijk met een dieperliggende hoop, dat ze er achter kwamen wie zij waren’.

‘Precies’, zei ik. En dat viel natuurlijk wel mooi op, vooral als Grietje door de brievenbussen Knibbel-Knabbel-Knuisje riep en dat ze dan soms een stokje verloor’.

‘Ja, en bovendien was het ook niet makkelijk, zei Coby. ‘Ze waren broer en zus én tegelijk wees. ze moesten dan ook nog hun eigen dromen zien te verwezenlijken én hun doelen, zowel individueel, als samen op zien te stellen voor later.

‘Dat is zo’, zei ik, ‘waar het kon, spraken Hans en Grietje over hun doelen, ze hadden hun verhalen en ze lazen elkaar de handen. Dat noteerden ze woord voor woord, zin voor zin, met zelfgemaakte tekeningen en foto’s uit tijdschriften, in een sprookboek. Hun ouders hadden hen dit nagelaten, zodat ze het later niet zouden vergeten’.

Die Lange Vingers van jou zijn zo slof als m’n pantoffels’. Coby keek me aan met grote, glinsterende, vragende ogen. Een diepe zucht volgde. ‘Ik zou wel eens trek kunnen hebben in iets sterks en in een boterham, kan dat? Ik keek in het boek en zag het slot aankomen: ‘Ik zie dat het verhaal bijna uit is en goed afloopt. Weet je wat, ik vertel het verhaal tot het eind – het doodlopen van het levensspoor – en dan drinken we daarna rode port en eten we kaas met brood’.

‘Vooruit maar, hup met de geit. Als er maar gesnoept kan worden in dit knibbel-knabbel-knuistje, kaas-uit-het-vuistje’, giechelde Coby. Ik kon verder gaan.

[Wordt vervolgd]

> Lees verder: ‘Eetstokjes als plaatsankers en wegwijzers’

Dit bericht werd geplaatst in Tobe's Verhalen en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Eetstokjes opgeven en kleur bekennen

  1. Pingback: Eetstokjes door de brievenbus als vingers | Tobe Krijger

Reacties zijn gesloten.