Tor, haan en vlieger

Eerst sloot ik het raam. Op de vensterbank zat een grote krekelachtige tor naar me te kijken. Toen ik wat dichterbij kwam om hem beter te bestuderen, spuugde hij naar me, maar miste me net. Mijn eerste reactie was terugspugen, maar ik besloot weerklank te bieden, te glimlachen en de tor buiten te zetten.

Dat deed ik door hem met een zakkammetje, dat mijn oudste broer had laten liggen, op een bierviltje naar buiten te begeleiden. Op de rand van de regenton gunde ik hem een plekje. Ondertussen kon ik toch nog snel zijn poten tellen. Het waren er zestien.

Zo zie je maar. Het leven is soms hard, of eigenlijk het leven niet, want hoe kan dat hard zijn als je naar buiten kijkt? Het is hard te noemen met wat we te verduren krijgen. Het zit in onze levenslessen en ook in de verhalen en het theater erom heen. Ook in het wild.

Zo moest ik denken aan tijgers die gnoes verscheuren, een kip die wormen eet, of een vos die het bloed uit de nekken van kippen zuigt. Om over mensen die vissen, of die schieten voor de jacht, nog maar te zwijgen. Nu denk ik natuurlijk aan een haan, zoals mijn grootvader er een had. Dat was een grote witte haan, met zwarte veren rond zijn kop en staart.

Het was de natuur, dat wist ik toen ook al. Maar die haan viel kinderen aan. En daar schreef ik een verhaal over. Ik moet een jaar of negen jaar geweest zijn. Het verhaal heette: ‘Van een haan die rijk was’. Het begon zo:

‘Er was eens een haan die rijk was. Hij heette Melchior en had een mooi leven op de boerderij. Elke dag kreeg hij graan. Hij kreeg ook meel en schelpengrit en helder water van de boer. Hij had ook een toom van kippen. Daar was hij gelukkig mee’.
Mijn een-na-oudste zus had mij wat met de spelling geholpen. Ze had ook de naam van de haan bedacht en deze voor me uitgeschreven. Ik had zelf meer een naam als Joop, Lowieke of Gerrit-Jan in gedachten. Maar goed, zij hield van Melchior als naam. En die werd het.

‘De boer vroeg mij de kippen te voeren, dus ook de haan. Ik was namelijk de jongste knecht op de boerderij. Ik deed de boer zijn klompen aan en ging dan stilletjes het kippenhok binnen. Maar Melchior had mij al snel in de gaten. Dan probeerde hij mij te pakken te krijgen en te pikken. Als hij de kans kreeg vloog hij op me af, uit het hok en over het hek. Hij rende achter mij aan. Zo hard als ik kon rende ik weg. De haan zat op mijn hielen’.

Het was een mooi verhaal geworden. Het liep goed af, ook met de haan. Mijn moeder had het gelezen en ze vond dat het wel in de krant kon: ‘Dat kan zo wel in de krant, sjonge jonge, zo’n mooi verhaal!’ Zo gezegd, zo gedaan, ik stuurde het verhaal van de haan naar de kinderredactie van de krant.

En jawel, het werd geplaatst in de zaterdagse editie op de een-na-laatste pagina voor kinderen. Ik won er zowaar een eerste prijs mee, een vliegerbouwpakket. Dat werd op een doordeweekse dag persoonlijk bij ons thuisbezorgd.

In het weekend daarop kwam Oom Dorus. Hij en mijn vader hielpen mij bij het plakken van een van de vliegers uit het pakket. Dat wil zeggen, ik las de handleiding en zij plakten het mooie gekleurde papier met de hele dunne gekruiste houtjes aan elkaar tot een flinke vlieger. Oom Dorus had een grote gekleurde haan geknipt en die op de vlieger geplakt. Ze hadden er reuze veel plezier in. Ook met het vliegeren zelf.

Toen ik ze zo bezig zag en ik door mijn oogharen keek, zag ik twee broers van tien. Ik zie ze nog zo voor me. Ik was hun vader en ze leken geen weet te hebben van hanen, torren, tijgers, gnoes, vossen of kippen. Ze schaterden het uit toen Oom Dorus de staart van de vlieger verzwaarde met graspolletjes en mijn vader riep: ‘Kijk uit dat je niet onder de vliegmachines komt!’

Ik keek omhoog en zag enkel wat wolken aan een verder strakke hemel. Ik dacht er aan hoe het zou zijn als ik later groot zou zijn.

Dit bericht werd geplaatst in Tobe's Verhalen en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Tor, haan en vlieger

  1. joke van der pad zegt:

    Schitterend verhaal!! Job Cohen zou het moeten kunnen lezen. Niet terugspugen, maar
    bestuderen die spuger.
    Leuk hoe de familie plezier had in jouw prijs, de vlieger.
    Mijn mondhoeken krulden omhoog en blijven zo vandaag. Dank, dank!!
    En als ze gaan zakken, denk ik gauw aan de vlieger van Tobe. Hup ze springen weer omhoog.
    Ook alvast bedankt namens mijn wederhelft. Die gaat een fijne dag tegemoet.
    Joke van der Pad

  2. Leuk, die twee mannen als kinderen zo blij. Het kind je in zelf de ruimte geven werkt zo bevrijdend…
    Toen ik Melchior de haan las moest ik meteen denken aan de haan van vriende van me: die heet FOPPE…

  3. ton zegt:

    Prachtig verhaal, Tobe. Liefst nu nog een voorgelezen versie🙂

Reacties zijn gesloten.