Ria van der Valk toen en nu

Tijdens een Spaanse vakantie liep ik Ria van der Valk tegen het lijf, best nog met wat geweld overigens. Ze is daar later over gaan zingen, maar dat terzijde. ‘Dag meneertje’, groette zij mij enthousiast. Het was bij Gerridt Diaz, de groenteboer en zijn lange vader met zijn hese stem.

Ik had bij binnenkomst in de winkel per ongeluk ‘Goedemorgentje’ gezegd, omdat het zo druk was bij Diaz’s groenten, dat ik nog maar net zelf over de drempel kon.

De wereld van Spaanse middenstanders en haar klanten begon dagelijks al vroeg. Het was overal gelijk een drukte vanjewelste en winkels waren daarom niet erg aan mij besteed. Zoveel pratende mensen in winkels en nog in het Spaans ook. Dan knijp ik graag wel eens een oogje dicht, graag zelfs, maar nu had ik Ria.

Wij wisselden Nederlandse blikken uit over de Spaanse vloot, Sinterklaas en gedachten over de maat van mijn schoenen, omdat zij nog overschoenen over had van haar ex-man. Ook spraken we over gelovigen in de politiek en anderen die elkaar de armen boven de hoofden hielden en niet wilden luisteren.

Ik praatte ineens honderd uit. Ria schaterde regelmatig en wees dan naar mij. ‘Goed punt…’ ‘Ja doen…’ ‘Ik denk dat dat moet, Tobe…’ ‘Precies, zo is het!’. Zo maakte ze steeds korte zinnetjes, die mij wilden bevestigden dat ik er toch goed aan deed op vakantie te zijn.

Of ik er een tasje bij wilde. Ik verstond het verkeerd, had niet goed opgelet en het was in het Spaans. Ik dacht dat ik hoorde of ik mijn jasje aan wilde houden, maar het ging over meneer Diaz, de vader van de groenteboer, de mij de vraag voorhield.

Langs een boulevard ben ik Ria nog eens tegengekomen. Aan haar ene arm droeg ze een tas waarop, zo leek het, allemaal komkommerschijfjes waren geordend. ‘Joe hoe, To-ho-be! Je doet het hè?!‘, riep ze me toe. Ik wist niet wat ze bedoelde en zag dat ze aan haar andere arme een bruine Spaanse man meetroonde. Toen ze dichterbij waren gekomen zei Ria trots: ‘Kijk dit is hem, Billy’. Toen dwars door het hengsel van de komkommertas wees ze naar de man naast haar. Hij leek haar arm nooit meer los te willen laten. Ik knikte hen beiden toe.

Ik vertelde haar over deze eerste Spanje reis. Het zou ook mijn laatste zijn, want zo ver reizen naar een warm land als Spanje ging mij toen al niet in mijn zomerkleren zitten. En we spreken nu over een dikke vijftien jaar geleden. Maar dat laatste vertelde ik er niet bij aan Ria en haar nieuwe Billy.

‘Nou dag Tobe, we bellen en wees jij maar trots op jezelf hoor?’ zei ze toen we weer ieder een eigen kant opliepen. Dat herinner ik me ook nog precies. Ik vond het lief en het ritme van haar zinnen liep als het ware met haar man mee de boulevard af.

Ik ben benieuwd hoe het nu met Ria is. Zou ze nog politieke meningen hebben? Zouden we zoals we nu zijn, in deze tijd, nu weer bij de lange vader en groenteboerzoon Diaz met elkaar praten? Zouden we spreken over vertrekken naar andere warme landen en terugkomen, over mensen die blijven, niet weg mogen of weg moeten? Over ieders mening daarover?

Trouwens Ria heet in het echt ècht geen Ria maar Rita. En Van der Valk is ook een artiestennaam. Maar dat terzijde.


Dit bericht werd geplaatst in Tobe's Columns. Bookmark de permalink .

3 reacties op Ria van der Valk toen en nu

  1. joke van der pad zegt:

    Dag Tobe,
    Dank! Jouw “mijmering” lezen is genieten!
    Hartelijke groet,
    Joke

  2. Rob du Rieu zegt:

    Mooie herinnering Tobe, dank!

  3. DitisOokzo zegt:

    Je moet Tobe nooit te snel lezen. Ik wilde vanmorgen het verhaaltje even snel lezen voordat ik moest fietsen, en toen zat ik op de fiets en begreep ik mezelf niet meer.
    Tobe leest als een gedicht. Langzaam en met eerbied. Terug van fietsen weer gelezen en het is prachtige poetische taal. Dat zeg ik niet omdat ik zo van poezie houd, maar omdat het echt zo is.
    Elke zin lijkt raak.

Reacties zijn gesloten.