De modelozen, hoofddeksels en hun spiegels

Dichtbij in de spiegel is mijn beeld van mezelf wat minder zelfbeeld dan verderaf, zag ik vanmorgen. Een scheiding zit er niet meer in, sinds de kapper mij anders adviseerde. Maar graag kijk ik toch even naar mijn haar, mijn ogen, mijn tanden, het scheren en ook laat ik mijn handen graag even zien aan mijn spiegelbeeld.

Uiteraard zeg ik graag ’s ochtends, net als vanmorgen natuurlijk weer, hartelijk: ‘Goedemorgen’. Want een ander zegt het niet, zeker niet zo vroeg.

Vanmorgen liep ik al bijtijds op straat. Zodra ik ergens iemand met een hoofddeksel opmerkte, nam ik er mijn petje voor af. In gedachten, want we lachten soms even, of we wisselden blikken uit van verstandhouding, door herkenning of met een blijk van gelijkwaardigheid of waardering. Een vrouw lachte en kreunde tegelijk: ‘Oeh kiespijn’.

Ik was op weg naar Verzekeringskantoor Korsthaar & De Knegt. Ik ging daarheen met een doel: het verzilveren van een nat geworden haardbankje… een lang, ander verhaal. Ik had mijn ijsmuts opgedaan met de kleppen, want het was toch goed koud, maar niet onder mijn muts voor mijn oren. Meer mensen liepen, fietsten of bromden met hoofddeksels en we groetten soms. Als ik iemand zag met een ijsmuts met soortgelijke kleppen als ik, dan dacht ik toch al snel even aan mezelf. Ik zag een zelfbeeld dan niet zozeer op straat of starend naar mijn Ik in een etalageruit, maar voor de spiegel thuis met huid, haar en handen.

In het zitje van het verzekeringskantoor noemde Frits Korsthaar mij: ‘Stijlloos, qua kleding’. Maar dat wilde hij niet zeggen, had hij er snel achteraan gezegd. Het was er uit, eer hij er erg in had. ‘Wat ik bedoel is dat uw kledingkeuze weloverwogen is samengesteld, maar dat het modeloos lijkt’. Modeloos? Mijn ogen gingen naar zijn schoenen, die net gepoetst leken maar die niet glommen.

Bij het teruglopen naar huis dacht ik na over ‘modeloosheid’. In de etalages naast mij zag ik mijn hoofd en mijn gedachten weerspiegeld in de ruiten in een ritme meelopen: ‘Is deze ijsmuts modeloos, nodig? Al nodig? Noodzakelijk nu? Vriest het? Dooit het? Moet het? Mag het?’ Toen ik bij het smalle boslaantje was aangekomen, dacht ik erover door: ‘nodeloos’, ‘modehuis’, ‘mateloos’ en ‘matenloos’. En ook ‘hoedendoos’, ‘zaaddoos’ en zelfs ‘naadloos’, dat ook. Zelfs ‘moedeloos’ kwam in mijn gedachten voorbij. Maar dat liet ik voor vandaag liever even liggen, omdat ik hoopvol het ‘modeloze’ aan het onderzoeken was.

Ineens was er een inzicht. Ja nu. Snel zocht ik in mijn zakken naar iets om het op te schrijven. Ik vond het verzekeringsbewijs van Korsthaar & De Knegt, daar kon ik het op kwijt. En wat een geluk dat ik het vulpotlood van Frits Korsthaar per ongeluk in mijn zak had meegenomen. Ik schreef op: ‘Iets loos, dat er niet is. Mode die er niet is, het doet er toe. Punt’.

Eenmaal thuis, las ik mijn verzekeringspapier nog eens over. Achter ‘Punt’ had ik ook nog geschreven: ‘IJsmutsen met oorkleppen, mooi te kiezen!’ Hier hield ik het maar op. Daarbij, ik draag morgen toch weer iets anders voor die dag, wat voor weer het ook wordt. Maar voor mij even geen spiegels verder vandaag. Straks loopt mijn ego nog met me weg, stel je voor. Het vulpotlood ligt op het kastje in de gang onder de spiegel. Die breng ik Frits morgen gelijk wel even terug.

Dit bericht werd geplaatst in Tobe's Verhalen. Bookmark de permalink .

2 reacties op De modelozen, hoofddeksels en hun spiegels

  1. daisyfee zegt:

    Prachtig verhaal Tobe! Modeloos kan dus net zo als wildbreien naar de scrabbledoos. Al ontdekt door het Instituut voor Nederlandse Lexicologie?
    Groet van d!

  2. a. brouwer zegt:

    modeloos rijmt merkwaardigerwijs op tobeloos…. en dat is volstrekt ondenkbaar ….
    hoe zonder mutsen te gaan en niet te groeten …….
    vanwege de mist had ik veel gemist maar dankzij Tobe kleurt de morgen opener…..
    lieve groet uit H.

Reacties zijn gesloten.