Je ziet wat je ziet en soms verder niet

-Ik dacht even dat ik sliep,
droomde van sigaren uit de doos.
Ontwaakt met verse woorden en een neus,
dat dit moment mij koos.-

Daar kwam ik op, met deze zinnen voor een versje. Tot ik me rijkelijk betrapte, want ik voelde het aan mijn neus. Ja hoor, hij zat er nog op. Wat was het geval? Ik had namelijk een andere neus op. Deze rode met paarse neus had ik nog geen drie uur geleden uitgepakt uit een driehoekig apart kartonnen doosje dat nu onder het plantentafeltje wacht. De neus op mijn neus zat namelijk ingepakt in dat doosje. In de deksel zat een kaartje waarop geschreven stond: ‘Voor Lies’ neus’.

De neus. Hij lag als verstopt in een portiek, een verloren schilderijtje in een doosje met een gladbruinrood zijden papiertje er om. Gelukkig heb ik goede ogen, want het had maar zo een herfstblad kunnen zijn, zoals het daar lag. Ik had nog aangebeld op alle bellen, maar er was óf niemand thuis, óf er deed iemand open die geen pakje kwijt was.

Omdat ik verder ook niemand zag die er op leek een pakje kwijt te zijn, of zoekende was, heb ik het meegenomen. Eerst dacht ik aan een geheim, maar eenmaal thuis, voorzichtig uitgepakt, leek het net een cadeau voor mij. Vergeef mij Lies, ik kon het niet goed laten.

Spannend was het zeker, want wie vindt er nu een pakje tijdens het maken van zijn ommetje. En zeker als je niet weet dat er een neus in kan zitten. Ik kon het ook niet eens vaag vermoeden. Ik was het ook maar blijven zeggen op weg naar huis met het pakje in mijn tas. ‘Hoe kan ik weten wat er in dit pakje zit?’.

‘Voor Lies’ neus’. Zou Lies een verstopte hebben misschien, of is ze een verstokte roker? Een precieze ruiker of een meer verkouden type? Misschien is ze het gedroomde meisje van een vriend van een feest, of via via, dat niet doorging? Of juist wel, maar dat hij niet durfde, ik vroeg het mij af. En toen moest ik even slapen.

Hij zit als gegoten, precies aan de ruime kant, zodat mijn adem ook nog een vrij spel heeft. Natuurlijk, straks leg ik de neus voor Lies terug in het doosje. Lies’ neus is haar neus immers, haar present en haar gegund. Moet ik Lies misschien gaan zoeken, ontmoeten en dan alles uitleggen? Of Lies mij? O nee, dat denk ik maar niet.

Morgenvroeg gelijk hang ik een annonce op in de Vivo op het Briefjes en Koopjesbord. Dan schrijf ik een briefje voor Lies’ geliefde, voor haar vader, moeder of ander familielid. Voor een minnaar misschien, een baas of een ander die een zekere Lies kent van de zaak en haar cadeau zoekt. Dan kan ik zeggen: ‘Heb ik uw neus misschien?’. Het versje schrijf ik erbij en dat doe ik dan stilletjes in het doosje.  

Dit bericht werd geplaatst in Tobe's Columns. Bookmark de permalink .

Een reactie op Je ziet wat je ziet en soms verder niet

  1. DitisOokzo zegt:

    Wat een mooi symbolish verhaal. Maar wat symboliseert het voor mij als ik even Tobe ben of doe alsof? Ik voel jaloezie naar mezelf. Is dat het? ‘Heb ik uw neus misschien?’ lees ik zo mooi en getaald door een held. Maar heb ik mijn eigen neus wel? Zie ik een neus die ik heb, als ik in de spiegel kijk?
    Misschien hoor ik wat niet getaald is, maar ik voel wat ik aanraak.
    Prachtig.

Reacties zijn gesloten.