Paalzitten met z’n zessen

We waren met ons zessen. Of meisjes er ook aan deden weet ik niet. In ieder geval zaten wij die dag met zes jongens: Jan Sok, Henk-Jan en zijn broer Klaas Bovenladder, Jan-Hein Stein en de jongste, Benjamin Feintje en ik.
Het begon op zaterdagmiddag en we deden een wedstrijd wie het langst op een paal kon zitten. En wie dat kon, won de wedstrijd. 

Ik was na vijftig minuten al bijna van mijn paal gevallen, omdat mijn hoofd meer aan stoelzitten en -matten dacht en ik bijna vergat dat ik paalzat. Gelukkig had ik dat op tijd door. We zaten en we zaten en in de loop van de middag zag ik Henk-Jan en zijn broer Klaas elkaar iets uitleggen. Even later liet Klaas zich pardoes in het water vallen.

Net na het avondeten plonsden Benjamin en Jan-Hein ook van hun paal, waarschijnlijk per ongeluk, misschien was het expres. De mensen langs de kant klapten hard in hun handen en riepen bemoedigende woorden. Soms riep één van ons iets terug, maar we hielden toch maar wat graag onze aandacht gericht op het paalzitten.

Ik kon mijn lachen niet houden. De oorzaak waren de moppentappers: Jan en Henk-Jan. ‘Wat staat er in het midden van Ede?’, hoorde ik Jan tegen Henk-Jan zeggen. Henk-Jan dacht na en noemde allerlei gebouwen die hij kende, maar Jan zei steeds ‘nee’: ‘Nee geen warenhuis’, ‘Nee, ook geen kerk.’ Steeds weer, zei hij ‘nee’. ‘Nee, geen wolkenkrabber, ook niet’.  ‘Ik geef het op’, zei Henk-Jan. Toen zei Jan: ‘Een ‘D’. Dat was het moment dat ik van mijn paal viel.

Vanaf de kant zagen wij hoe Jan zijn sokken had uitgedaan en dat die nu op de knieën van Henk-Jan lagen. Wat een halsbrekende toeren! Henk-Jan zong nog een lied over een trui en een kale kanarie, maar toen zijn vader vanaf te kant heel hard zijn naam begon te roepen, hield hij het niet meer. En ja hoor, daar ging Henk-Jan: ‘Plons!’, het donkere water in. De vrijwillige kikvorsvrouwen, de vrouwen van de brandweermannen, hesen hem in hun bootje.

Applaus voor Jan, hij was de winnaar en kreeg de prijs, dat was een beker en een bos gekleurde tulpen en zijn nieuwe achternaam: ‘Sok’.

Dit bericht werd geplaatst in Tobe's Verhalen. Bookmark de permalink .

3 reacties op Paalzitten met z’n zessen

  1. DitisOokzo zegt:

    Wat een verhaal. Prachtig beeldend en dan die oerhollandse boerenkool die je ruikt. Daar werd nog lang over doorgepraat in het dorp. En ik zal er ook lang bij stil zitten, op mijn stevige stoel, zodat ik niet val van het lachen of van ongeduld naar meer.
    Dank Tobe.

  2. Bea zegt:

    Fantastisch, ik stond vanaf de kant mee te kijken en mee te leven met deze knapen die aan het paalzitten waren. Hard moest ik lachen om de grap wat er midden in Ede staat. Verder bleef de glimlach op mijn gezicht om de rest. Een genot om te lezen,wederom…wat heerlijk om fan te zijn ! Thanks ! Vrolijke groet , Bea.

  3. dagmaar zegt:

    doet me ook denken aan een cola met 10 rietjes…
    zo maak je vrienden voor het leven!

Reacties zijn gesloten.