Van Boem en Bertie-Babba

‘Boem!’ klonk het. En nog eens, maar dan harder: ‘Beng!’. Met een klap viel er een deur dicht. Tegelijk wist ik maar niet hoe dat kon. Het was vreemd.
Was daar iemand boven? En als daar iemand was, wie was dat dan? Of was de deur misschien enkel en alleen dichtgevallen door de wind? Maar welke wind dan? Waar was die vlaag? Deze vragen kwamen allemaal even snel op, als ze gingen.

Ik liet ze vooralsnog even onbeantwoord, want ik dacht terug aan ooit eenzelfde Boem! Het moet even na Sinterklaas geweest zijn, want mijn jongste broer geloofde er in die tijd nog in. Het was toen geen deur, zoals later bleek. Want het was mijn een-na-jongste broer die van de trap viel en een vinger kneusde. Hij wilde met één hand de trapleuning vastpakken en zich met zijn andere hand tegenhouden, maar die lag dubbel. Wij zagen dat precies zo, toen hij eenmaal lag.

Mijn moeder zag het anders, want als mensen er naar vroegen dan zei ze steevast: ‘Zijn linkerhand kwam moeilijk neer’. Dan reageerden ze verbaasd: ‘Ohja? Van de trap gevallen?’ ‘Iets gebroken?
Nee toch?’
En dan zei mijn moeder: ‘Verder is er niets aan de hand, kom ik ga weer eens een raam doen’. Dan liep ze naar de keuken, vulde daar een emmer met water en ging dan in stilte ramen lappen, rustig en ernstig tegelijk.

Bij het valmoment zelf had mijn moeder gelijk na de Boem! een luide gil geslaakt. Ze wilde vrijwel onmiddellijk daarna een aria inzetten, zoals ze meestal deed in dergelijke situaties. Gelukkig kwam Oom Dorus precies op dat moment via de achterdeur binnenlopen: ‘Saluut, wat zullen we vandaag eens gaan beleven?’ begon hij vrolijk zoals hij was. ‘Het is me ècht een dag om de ge…’. Hij stopte zijn woorden. Daar lag mijn broer, met een blekerwordend gezicht in een dramatische pose onder aan de trap.

Oom Dorus overzag de situatie en leek deze snel in te kunnen schatten.
‘Zeg eens Aa-ah!?!’, zei hij.
Mijn broer draaide zijn hoofd langzaam naar Oom Dorus. In zijn bleke blik zag ik een mengeling van nieuwsgierigheid, hulpeloosheid en hoop.

‘Toe maar’, sprak Oom Dorus bemoedigend, terwijl hij zijn armen naar boven dirigeerde. Hij had iets van gewicht in zijn stem. Mijn broer’s ogen sloten zich toen als vanzelf en hij zette in: ‘Aaaaaaaeeaahhhh!!’.
Het klonk eerst zacht en geleidelijk dieper, laag en vol: ‘Aaeeaaooooooooueehhhh!!’.
Een bariton, ik wist het gelijk. En toen nam het geluid toe. Voller, ronder. In één uitademteug ging hij door naar een volle alt, om als een heldere sopraan te eindigen. ‘Aahuuoooeeehiiiieeeeueueueiiii!!’, klonk het.

Hij zong alle klinkers achter elkaar, terug en over elkaar heen. Mijn moeder klapte hard in haar handen. ‘Bis bis bis!!’, riep ze. ‘Bis, bis!’.
Wij lachten toen allemaal tegelijk als boeren en boerinnen met kiespijn in een koor of een songfestival. Gelukkig kon mijn broer al weer snel staan. De schrik in zijn benen was er al uit voor hij het wist. Maar het mooiste was zijn vinger, die toen al snel blauw was geworden.

Maar wat was nou net precies die klap hierboven? Ik liep de trap op. ‘Hallo, haalllo is dat de wind of bent u iemand misschien?!’. Geen antwoord. Niets. Stilte.
Ik ging terug naar beneden. Ik was er niet helemaal gerust op, maar zette toch thee. Dat was ik al van plan voor de Boem. Met het zetten en laten trekken van de thee kon ik mijn gedachten goed op een rijtje bijhouden.

En even later? Ja hoor. Het was maar goed dat ik het even had gelaten. Want wie krabbelde daar aan de deur? Het was Bertie-Babba, de poes van de buren.
Ze was even een herinnering komen brengen aan de Boem van de trap en vooral aan de blauwe vinger van mijn jongste broer. Wat hadden we díe bewonderd, wekenlang.

Dit bericht werd geplaatst in Tobe's Verhalen en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Van Boem en Bertie-Babba

  1. Een brede glimlach op deze woensdagochtend.

  2. kunstrijk zegt:

    Mooi verhaal.

  3. DitisOokzo zegt:

    Wat een prachtig verhaal en wat een mooie trap ook, maar ook stijl. Ik zie je broer daar zo onder liggen en dan denken dat er minder stijle trappen bestaan.
    Een verteller aan het schrijven is een genot op te lezen, alsof je het hoort.

Reacties zijn gesloten.