Gedachten november 2011

30 november 2011

Bij het wakker worden waren de vissen die ik droomde weer oranje en lagen het springtouw en de thermometer weer op hun plaats van herkomst. Soms vergeet ik mijn familie wel eens, of zie ik mijn filosofische kant vaker dan ik haar liefheb. Er gaan ook zoveel gedachten en geruchten door mijn hoofd, in plaats van dat ik de glimlachjes in mijn mondhoeken zie krullen.
Er is niets anders, dan mijn eigen adem in mijn mond. Dat zie ik nu en dat is waar het om draait. De realiteit heeft immers alle fantasie in zich, die je kunt zien?
Als ik dacht dat ik nog droomde, dan ben ik nu wakker.

Dit is (misschien voorlopig) de laatste Tobe Gedachte die ik heb bedacht.
Tijd voor iets nieuws! Wordt vervolgd? Reken maar, want dat hangt in de lucht.

29 november 2011

Niks is toeval vandaag. Vanmorgen kreeg ik van Leen Helledrijver een mooie zoektip die toevallig, of misschien niet, langsliep. Want inderdaad ik was aan het zoeken. Ik was even vergeten wat precies, maar ik was bezig door kleine en grote stappen te zetten door het huis. Op het moment dat ik het me afvroeg wàt, vond ik ineens wat ik langere kwijt moest zijn wat ik aan het zoeken was, maar blijkbaar niet zocht: een splintertrekker.
Ik zag hem ineens liggen dat kleine ding, achter het gordijn in de achterkamer! Gelukkig, want nu kon de reservesplintentrekker weer terug in ’t handige-kleine-dingen-doosje, in het kabinet in de logeerkamer.
Ik zou nu bijna de tip van Leen vergeten, die was: ‘Teruglopen waar je geweest bent, daar stilstaan op je plaats en dan drie keer diep ademhalen’. Drie stappen dus. Daar begin ik nu mee. Terug naar het begin dus.

27 november 2011

Er was iets op mijn badkamermuur. Op het eerste oog was het een kip. Dat zag ik wel, zeker hoe ze liep. Maar ik wist ook wel dat het tegelijk mijn hand was, die gedachteloos op de muur een vogel aan het projecteren was. Hoe ik bij een kip kwam, dat weet ik niet meer zo precies. Mijn hand zou net ze makkelijk een goudfazant hebben kunnen imiteren. Daarentegen, tegelijk met mijn andere hand erbij, had ik ook zo een trotse pauw neer kunnen zetten en kunnen laten lopen. Schaduwen zitten soms in kleine dingen.

26 november 2011

Iedere keer als ik het hoor, denk ik: ‘Hoor ik nu een koekoek?’. Toen ik het niet meer hoorde, was de gedachte ook gelijk gevlogen. Maar daar hoorde ik het weer. En ineens wist ik het! De buurjongen heeft namelijk verkering met een meisje, de dochter van Van Schenk.
Zij haalt hem op voor school en roept hem aan,onder zijn slaapkamerraam met ‘Koekoek, koekoek, koekoek’. Zacht genoeg, maar ik hoor het wel. Lief.
Voor ik het vergeet, maak ik straks een mooie felicitatieverkeringskaart. Met een koekoek er ergens op, met wat andere vogels. Dat is misschien het leukst. Ik schat in dat ze ergens ook wel gaan tortelen als echte duiven. Misschien hoor ik dan morgen wel: ‘Roekoe, roekoe, roekoe’.

* Deze Gedachte verscheen op 28 november 2011 ook als verhaal ‘Vogels in verkering’ op 120Woorden

20 november 2011

Iemand in de supermarkt zei gisteren tegen mij in de rij: ‘Als ik jou volg, kom ik veel te weten’. De vrouw keek me veelbelovend aan. ‘Je lijkt ook wel een danser, zo mooi van je ene voet op je andere, gracieus en veelbetekenend hoor, mooi!’ 
Ik dacht er over na tot ik aan de beurt was. Ook daarna, bij het naar huis gaan met mijn boodschappen, gingen mijn gedachten van de supermarkt naar wat de vrouw had gezegd en terug in de rij.
Nadat ik met thee was gaan zitten, begreep ik het ineens. Anderen zien immers de effecten van mijn gedachten eerder terug in mijn gedrag, dan dat ik ze zelf zie…. En dat ik een danser kon uitbeelden, dat is ook nieuw voor me. Ineens zag ik het. Als ik een toeschouwer kan zijn voor anderen – en in de winkel in de rij – dan kunnen anderen die ook in mij zien en mijn innerlijke danser laten bewegen. Mijn rij wordt onze rij. Een voor allen, allen voor een!

15 november 2011

Het is alweer zo laat. En de avond is nog maar net aan het begin. Ik zou de hele avond wel op kunnen blijven, maar dat hoeft niet van mezelf.
‘Pantoffels pantoffels, niemand de deur uit: panto-o-ffels’! Alsof ik ze zelf kwijt maak en dat is nog zo ook! Dat weet ik wel, maar toch, waar zijn ze dan?
Als ik het niet dacht: onder de divan, natuurlijk. Ga je even liggen en je doet je pantoffels even uit zonder na te denken onder de divan: precies, logisch dan liggen ze daar! Kan gebeuren nietwaar.
Na een dagdroom is het terugschakelen een goed teken om het licht weer aan te doen en juist dan vergeet ik mijn voeten wel eens.

* Deze Gedachte verscheen op 22 november 2011 ook als verhaal op 120Woorden

9 november 2011

Zo verrast door Ineke Wolf was ik nog nooit, dat ik de hele middag vrij nam en in een deken op het plaatsje ben gaan zitten en een vuur heb gestookt van oude takken. Puur met mijn gedachten over taal, de menselijke natuur en het vuur.
Dat was genieten van een vrije middag dat kun je wel zeggen. Niets leek hetzelfde of anders. Koud dat wel, maar daar sloeg ik mijn armen en handen wel mee om mijn romp: ‘Vuur in de korf, hop hop, sla ik je deken nog eens om: Rombombom’.
Straks ga ik het Woorden in Wonderland van Ineke nog eens lezen en dan nog eens, scheepsrecht om het nooit meer te vergeten. En dan nu een Fanta. Ineke: proost! En nog eens bedankt. Van Tobe.

~ Lees: ‘Woorden in het Wonderland van Tobe Krijger van Ineke Wolf’
~ ‘Woorden van Wonderen’, van Ineke Wolf  verscheen vandaag op ‘120 woorden‘:  http://120w.nl/2011/woorden-in-wonderland
Ineke Wolf is dichter en twichter en Tobe Krijger-fan van het eerste uur.

8 november 2011

‘Zo, daar zit je dan’, dat zeg ik net tegen mezelf, alsof mijn oudste zus het zegt. Die blik, die toon en met mijn gedachten wàs ik haar, heel even.
Mijn een-na-oudste zus kon als kind dan naar ons kijken alsof ze zeggen wilde: ‘Hoezo je stem in elkaar laten klinken? Je hebt toch een eigen mond?’.
Ik zat vaak tussen het niet-elkaar-begrijpen van mijn beide zussen in. Dan heb ik ook nog twee broers onder mij, de jongste een rekenwonder, de een-na-jongste een vreemde-taalfanaat. En als broers en zussen elkaar eenmaal mis verstonden… daar begin ik nu maar niet over. ‘Kom, eerst maar eens wat genieten, zoals ik er bij zit’. Had ik geen pauze?

7 november 2011

Nu ik wat oude Gedachten hardop nakijk, valt mij op dat ze geleidelijk langer worden en zinnen zich willen bundelen. Dat doet mij denken aan mijn oma, de stilste van de twee, waar ik soms ineens spontaan op begin te lijken.
Zoals zij was kon vouwen met haar zachte handen en zo haar stapels bundelde tot in de kast. Waarachtig, als geen ander! Waar het heerlijk rook naar was en waar zij die stapelde, bleven wij kijken. Hoe hoog dat wel ging! Waar zíj dan keek, gingen wij met onze ogen naar binnen waar wij stilaan elkaars gedachten streken en deze met lange witte lakens tot stapels vouwden. Als ik mij nu over een hand strijk of over mijn hart, dan voel ik het nog steeds.

6 november 2011

Gistermiddag deed de vrouw van de burgemeester ook gezellig met haar moeder boodschappen in onze ViVo. Ik zag hen bij de toetjes. Daar bleek hun keuze te vallen op karnemelksepap en gortepap. Ook zag ik twee pakken magere – en een pak halfvolle yoghurt in hun karretje, tussen wel zes pakken ontbijtkoek. Ik wilde niet kijken en kon het niet laten.
De keus voor mijn toetje gisteravond was gelijk ook gevallen, waar ik eerst twijfelde aan vanille-, op chocoladevla. Toch liet de gedachte aan koekhappen me een tijdje niet los.

5 november 2011

De traproede zat zo los dat ik hem bijna over het hoofd zag en daarbij nog net niet van de trap afviel. Dat krijg je als je een kwartje laat vallen en je gedachten in een fantasie gaat staan met het verdubbelen van kleingeld.

4 november 2011

Net zat ik even heel stil te dagdromen. Zo stil, dat ik bijna een hele gedachte kon laten vallen. Ik schrok op. Zie ik de lange meneer Rooster voorbijlopen met één voor één , achter elkaar zijn zeven kinderen. Keurig op een rijtje, ze gaan zeker naar de danscompetitie van de oudsten. Vader Rooster met zijn zeven kinderen, daar gaan ze. Ik ontkwam niet aan de gedachte aan de reus met de zeven dwergen op reis naar een sprookjesbos met een wensput.

3 november 2011

Planten water, ze vragen er om! Zonder te vragen, maar je ziet het en je hoort het: ‘Water water…’. Tenminste ik wel. En dat ze er nu zo bij staan, dat gebeurt mij niet snel, als ik eerlijk ben. Gelukkig komt de plantengieter meestal in mijn gedachten als ik de trap naar boven wil nemen en onder een groen schilderij doorloop. ‘Tobe gieter’, denk ik dan even en dat leg ik dan vast. Ik check, vink en vul dan al of niet de gieter.
Met de grotere planten praat ik onbewust toch meer bewust. De ene keer meer dan de andere keer, of ik neurie met ze bij het water geven. En intuïtief schat ik in dat het werkt. Je ziet het, planten ademen en leven net zo goed. Wij ademen immers de zuurstof ook weer van hen in, ook pratend. Zo voel ik het. Zelfs slapend. En daar weet ik mij dan verzekerd van een waarachtig rijk gevoel en ik hoor ze denken: ‘Kom nou maar op met dat water!’.

2 november 2011

De meeste kinderen zijn zo knap dat ze hun studie allang hebben uitgestippeld op hun patronen. Sommige ouders zien die over het hoofd, omdat ze hun eigen gedachten zien in de studiepunten van hun kinderen in zichzelf en deze optellen in hun patronen alsof hun leven ervan afhangt.

1 november 2011

Vanavond doe ik alles heel langzaam. De dag ging al zo snel. Ik wil juist de avond er vandaag eens goed uithalen. Pinda’s. Langzaam… Pellen. Proeven. Eten. Langzaam. Kauwen. Doorslikken. In in ieder fase merken wat je voelt. En je gedachten waarnemen.

De ene flard is de andere niet, maar telt wel als op zichzelf staande gedachte.

Tobes gedachten:
November 2011
Oktober 2011
September 2011
Augustus 2011

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s